Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Overdrachtsbesluit
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Turkse nationaliteit, werd op 25 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat de elektronische handtekening onder de machtiging tot binnentreden ongeldig was en dat de bewaring onrechtmatig en te lang zou hebben geduurd. De minister heeft de bewaring op 7 maart 2025 opgeheven en erkende dat de elektronische handtekening aanvankelijk niet gevalideerd kon worden, maar uploadde een gevalideerd document.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de bewaring niet waren betwist en voldoende gemotiveerd waren, waaronder een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking aan toezicht. De duur van de bewaring was korter dan de in de Vreemdelingencirculaire 2000 gestelde termijn van twee weken voor gezinnen met minderjarige kinderen.
Eiseres voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat de overdracht niet conform artikel 31 van Pro de Dublinverordening was voorbereid. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was en dat medische omstandigheden geen detentieongeschiktheid rechtvaardigden. Ook was de overdracht niet onderwerp van deze procedure en kon eiseres hiertegen elders bezwaar maken.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.