ECLI:NL:RVS:2023:436
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling wegens weigering medewerking aan overdracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 15 november 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 29 november 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde terecht dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat hij een zelfstandige vertrekverplichting had, terwijl volgens eerdere jurisprudentie op Dublinclaimanten geen zelfstandige vertrekverplichting rust. Wel is de vreemdeling verplicht mee te werken aan zijn overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat. De rechtbank had vastgesteld dat de vreemdeling niet aan deze medewerkingsplicht voldeed.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank daarom terecht had geoordeeld dat een lichter middel dan bewaring niet doeltreffend kon zijn. Andere aangevoerde gronden van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging van het vonnis. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring bevestigd.