ECLI:NL:RBDHA:2025:5938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 9 april 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 14 november 2024 en eerder door de rechtbank getoetst bij uitspraken van 23 januari en 27 februari 2025.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, onder meer omdat nog geen persoonlijke presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten was gepland. De rechtbank oordeelde echter dat er wel degelijk zicht was op uitzetting, aangezien de Marokkaanse autoriteiten op 28 maart 2025 de nationaliteit van eiser hadden bevestigd en hadden meegedeeld dat op 3 april 2025 een laisser-passez zou worden verstrekt. De minister had vervolgens een vlucht geboekt voor 9 april 2025.
De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de rechtmatigheid van de maatregel en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.