ECLI:NL:RBDHA:2025:5976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische situatie met PTSS
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar medische situatie, waaronder PTSS. De minister heeft deze aanvraag afgewezen op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie te verwachten is.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat het BMA-advies zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank wees het betoog van eiseres af dat een psychiater betrokken had moeten worden en dat de indicatieve termijn te strikt zou zijn, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister terecht van het horen van eiseres in bezwaar heeft afgezien, omdat er geen nieuwe medische stukken of concrete aanwijzingen waren die het BMA-advies zouden ondermijnen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.