ECLI:NL:RBDHA:2025:599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft aangeleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Eiser stelde dat hij bij eerdere terugkeer naar Frankrijk niet in de gelegenheid was gesteld een asielaanvraag in te dienen en dat daarom aanvullende garanties vereist zijn. De rechtbank vindt dat eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd met stukken.
De rechtbank stelt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat eventuele problemen door eiser bij de Franse autoriteiten kunnen worden aangekaart. Er is geen plicht voor de minister om aanvullende garanties te vragen. Het beroep wordt daarom afgewezen, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft en overdracht aan Frankrijk mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.