Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 1 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft op 12 december 2024 een verzoek tot overname aan Frankrijk gedaan, dat op 12 februari 2025 werd aanvaard.
Eiser stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van zijn echtgenote in de Verenigde Staten en de beperkte opvangmogelijkheden in Frankrijk, een terugkeer onredelijk maken. Hij wilde alleen terugkeren indien de Franse autoriteiten hem opvang en een oplossing zouden bieden, wat volgens hem niet gegarandeerd is. De rechtbank oordeelde dat deze persoonlijke omstandigheden niet afdoen aan de vastgestelde verantwoordelijkheid van Frankrijk en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat overdracht aan Frankrijk een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro zou opleveren. Ook was er geen reden om het verzoek op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan Nederland toe te wijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Nederland de asielaanvraag niet in behandeling hoeft te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is.