Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 28 april 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken zonder besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.