ECLI:NL:RBDHA:2025:6172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft op 2 december 2024 in Nederland asiel aangevraagd. Uit Eurodac bleek dat hij eerder op 29 oktober 2023 een asielverzoek in Duitsland had ingediend. Op grond van de Dublinverordening is Duitsland verantwoordelijk voor de behandeling van zijn aanvraag. De minister van Asiel en Migratie heeft daarom op 11 februari 2025 het verzoek van eiser niet in behandeling genomen.
Eiser verscheen niet op de aanmeldgehoren op 5 en 6 december 2024, ondanks dat hij daarvoor was uitgenodigd. Hij stelde dat hij door overplaatsing de uitnodiging niet had ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat hij pas na de aanmeldgehoren was overgeplaatst en verweerder voldoende had gedaan om hem te bereiken. Eiser heeft ook nagelaten zijn bezwaren tegen overdracht aan Duitsland kenbaar te maken, ondanks dat hij daartoe gelegenheid had.
De rechtbank overwoog dat verweerder mocht uitgaan van het vermoeden dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had gegeven voor een reëel risico op een inbreuk op artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.