ECLI:NL:RBDHA:2024:16631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 10 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Duitsland om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, waarop Duitsland akkoord ging. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat Duitsland het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem, waaronder schendingen van het EVRM en het Handvest, en persoonlijke bedreigingen. Hij baseerde zich op AIDA-rapporten en zijn eigen ervaringen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen of een reëel risico op schending van mensenrechten bij overdracht aan Duitsland. Ook stelde de rechtbank dat individuele omstandigheden onvoldoende zijn om overdracht als onevenredige hardheid te beschouwen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.