ECLI:NL:RBDHA:2025:6230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een gerelateerde zaak op 7 april 2025 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft volstaan met een algemeen geformuleerd voornemen, waarin zij uitlegt waarom Duitsland verantwoordelijk is en waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet wordt toegepast. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de familieband met haar dochter zodanig is dat de overdracht aan Duitsland van onevenredige hardheid zou getuigen.
Hoewel eiseres haar dochter ondersteunt bij de verzorging van kleinkinderen met ontwikkelings- en gedragsproblemen, is niet gebleken dat zij onmisbaar is. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de minister eiseres aan Duitsland mag overdragen. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.