Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 9 augustus 2023. De minister had een beslistermijn van zes maanden, die met negen maanden werd verlengd, waardoor de termijn inmiddels was verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen alsnog binnen een nieuwe termijn een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omdat de maximale termijn van 21 maanden wordt overschreden, stelt de rechtbank een kortere beslistermijn van acht weken na het verstrijken van die termijn vast, zijnde uiterlijk 4 juli 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister niet binnen deze termijn beslist, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.