Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 12 juni 2023. De minister had de beslistermijn van zes maanden met negen maanden verlengd, waardoor de totale termijn was verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij de termijn is gebaseerd op het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100 per dag verschuldigd, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.