ECLI:NL:RBDHA:2025:640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen, aangezien Kroatië het verzoek tot terugname heeft aanvaard en er geen aanwijzingen zijn dat Kroatië niet aan zijn verplichtingen voldoet. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op schending van zijn rechten bij overdracht naar Kroatië, ondanks verwijzingen naar pushbacks en rapporten.
Ook het betoog dat het voornemen onvoldoende is gemotiveerd, wordt verworpen omdat de minister de redenen duidelijk heeft uiteengezet en de aangevoerde bezwaren heeft meegewogen. De rechtbank wijst erop dat eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog steeds geldt.
Eisers medische situatie en het beroep op het arrest C.K. slagen niet omdat hij dit niet met recente, objectieve medische gegevens heeft onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.