ECLI:NL:RBDHA:2025:6470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan wegens mvv-vereiste bevestigd
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 14 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af op 7 september 2023 omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste gold. Het bezwaar van eiser werd op 26 november 2024 eveneens afgewezen.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag en voerde aan dat het mvv-vereiste niet tegen hem kon worden toegepast vanwege het Turks associatierecht. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van 1 november 2024 en 9 april 2025 waarin vergelijkbare beroepen van Turkse onderdanen tegen het mvv-vereiste ongegrond werden verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de beroepsgronden van eiser identiek waren aan die eerdere zaken en daarom geen aanleiding bestond om daarvan af te wijken. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de aanvraag in stand bleef. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier S.J.B. ter Beke.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.