ECLI:NL:RVS:2025:4454
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 7 september 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 26 november 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en dat de rechtsvraag reeds eerder is beantwoord in een uitspraak van 9 juli 2025. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het vonnis uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025, gewezen door lid van de enkelvoudige kamer M. den Heyer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.