ECLI:NL:RBDHA:2025:6478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen mvv-vereiste voor Turkse zelfstandige
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 27 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag op 30 oktober 2023 af omdat eiser niet beschikte over een geldige mvv en niet van het vereiste was vrijgesteld. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd bij besluit van 27 november 2024 eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten, aangezien partijen geen zitting wensten. De kern van het geschil betrof de vraag of het mvv-vereiste aan eiser kon worden tegengeworpen zonder strijd met het Turks associatierecht.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van 1 november 2024 waarin het beroep tegen het toepassen van het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen ongegrond werd verklaard. Ook een uitspraak van 9 april 2025 bevestigde deze lijn. Omdat de beroepsgronden van eiser identiek waren aan eerdere zaken, oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond was.
De rechtbank wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier S.M. Hampsink en is openbaar bekendgemaakt op 16 april 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens het mvv-vereiste is ongegrond verklaard.