ECLI:NL:RVS:2025:3731
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 30 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Vervolgens verklaarde de minister het bezwaar van appellant ongegrond bij besluit van 27 november 2024. De rechtbank Den Haag bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 16 april 2025.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar dit beroep werd ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 9 juli 2025.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.