Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Eiser is minderjarig, en heeft dat onderbouwd met het tonen van een kopie van zijn doopakte op zijn telefoon. Hij wil het origineel naar Nederland krijgen, maar verweerder heeft hier geen acht op geslagen. Daarbij komt dat hij met zijn verklaringen heeft onderbouwd dat sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure in Polen. Eiser verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch. [4] Meerdere lidstaten, waaronder Polen, maken zich geruime tijd en systematisch schuldig aan pushbacks. Ten aanzien van Polen heeft bovendien te gelden dat recent nationale wetgeving is aangenomen die pushbacks voorziet van een wettelijke basis. Eiser beroept zich ten slotte op artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Eiser heeft niet met objectieve informatie onderbouwd welke omstandigheden ervoor zorgen dat dit in zijn geval anders is. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan de Afdeling heeft gedaan. Het standpunt van eiser dat Polen zich stelselmatig schuldig maakt aan pushbacks maakt dit niet anders. Eiser zal als Dublinclaimant niet te maken krijgen met dergelijke pushbacks als hij aan Polen wordt overgedragen. Verder is van belang dat het Hof van justitie van de Europese Unie in het arrest X van 29 februari 2024 [11] , samengevat, heeft overwogen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel deelbaar is en dat bij de beoordeling of sprake is van systeemfouten die vallen onder artikel 4 van Pro het Handvest en daarmee de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, de situatie waarin de betrokken verzoeker zich bij of na de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat zou kunnen bevinden bepalend is, en niet die waarin hij zich bevond toen hij het grondgebied van die lidstaat aanvankelijk betrad.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.