ECLI:NL:RBDHA:2025:6670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, zit sinds november 2024 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voert aan dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Tevens stelt hij dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn vanwege zijn psychische problemen.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 21 februari 2025 rechtmatig werd bevonden. De huidige beoordeling richt zich op de periode daarna. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder sinds februari 2024 herhaaldelijk contact heeft gezocht met de Marokkaanse autoriteiten voor een laissez-passer, maar dat deze nog niet is verstrekt. Er is geen aanwijzing dat de aanvraag is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen nieuwe omstandigheden heeft aangevoerd die een ander oordeel rechtvaardigen. Verweerder handelt voldoende voortvarend door regelmatig rappelle en vertrekgesprekken. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de bewaring onredelijk bezwarend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.