ECLI:NL:RBDHA:2025:823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring onredelijk zwaar is en dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. Tevens verzocht hij om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring eerder rechtmatig was bevonden en dat alleen de periode na 24 december 2024 relevant was voor beoordeling. De rechtbank constateerde dat het zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt, ondanks het ontbreken van een laissez-passer, en dat verweerder voldoende voortvarend handelt door herhaaldelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek met eiser.
De rechtbank wees het verweer van eiser af dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede omdat de psychische problemen van eiser niet voldoende waren onderbouwd als verergerd door de bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.