Partijen sloten een koopovereenkomst voor een woning met een koopsom van €730.000, waarbij een contractuele boete van 10% van de koopsom was bedongen bij niet-nakoming. De kopers stelden geen bankgarantie of waarborgsom veilig en namen de woning niet af, waarna de verkopers de overeenkomst ontbonden en betaling van de boete vorderden.
De kopers beriepen zich op overmacht vanwege afwijzing van hypotheekaanvragen en de rol van hun financieel adviseur, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet tot overmacht leidt. De kopers zijn toerekenbaar tekortgeschoten en de verkopers hebben de overeenkomst terecht ontbonden.
De rechtbank matigde de boete tot €36.500, de helft van het overeengekomen bedrag, omdat de boete buitensporig hoog was ten opzichte van de werkelijke schade van circa €10.840. Ook speelde mee dat de boete een prikkel tot nakoming moet blijven en dat de kopers als particulieren handelden. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.
De kopers werden veroordeeld tot betaling van de gematigde boete met wettelijke rente vanaf 19 september 2024 en tot vergoeding van de proceskosten.