ECLI:NL:RBDHA:2025:6815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
Eiser, een Algerijnse nationaliteitdragende vreemdeling, is sinds 8 november 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetste of het voortduren van de bewaring sinds 24 maart 2025 rechtmatig is. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageren op rappellen voor een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van reactie onvoldoende is om te concluderen dat uitzetting niet mogelijk is en dat eiser zelf geen aantoonbare inspanningen heeft verricht om zijn vertrek te bespoedigen.
Verder wees de rechtbank het argument af dat een verzwaarde belangenafweging reeds aan de orde zou zijn, aangezien deze pas uiterlijk zes maanden na aanvang van de bewaring dient plaats te vinden. De enkele mededeling dat vrijlating mogelijk is, maakt de bewaring niet onrechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.