Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:6845

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
NL25.17162
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting

Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, is sinds 3 maart 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 25 maart 2025 geoordeeld dat de maatregel tot die datum rechtmatig was, zodat de beoordeling zich richt op de periode daarna.

Eiser voert aan dat er geen zicht is op zijn uitzetting naar Nigeria en dat een lichter middel passend zou zijn, omdat hij zich beschikbaar kan houden bij familie. De rechtbank oordeelt dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel dan in de eerdere uitspraak. Tevens is vastgesteld dat eiser niet actief meewerkt aan zijn uitzetting, wat de duur van de bewaring verklaart.

De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17162

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 17 april 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1982.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 25 maart 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 19 maart 2025, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 19 maart 2025.
4. In zijn inleidende beroepschrift voert eiser aan dat er geen zicht op uitzetting bestaat naar Nigeria. Daarnaast had verweerder moeten volstaan met een lichter middel, omdat eiser zich op een adres van zijn familie beschikbaar kan houden voor de DT&V. [3]
5. De rechtbank ziet geen aanleiding om te concluderen dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. De rechtbank heeft in haar eerdere uitspraak van 25 maart 2025 geoordeeld dat verweerder terecht geen aanleiding heeft gezien om te volstaan met een lichter middel. Eiser heeft in de huidige procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding geven voor een ander oordeel.
6. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor het oordeel dat er zicht op uitzetting naar Nigeria in zijn algemeenheid en in het concrete geval van eiser ontbreekt. [4] Van eiser mag worden verwacht dat hij actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting verleent. Daarvan is in dit geval geen sprake. Eiser heeft tijdens de vertrekgesprekken op 10 maart 2025 en 9 april 2025 meegedeeld dat hij niet wenst terug te keren naar Nigeria en dat hij niets heeft ondernomen om zijn terugkeer naar Nigeria mogelijk te maken dan wel te bespoedigen, omdat hij niet wil terugkeren naar Nigeria. Niet is gebleken dat de Nigeriaanse autoriteiten niet alsnog een lp [5] zullen verlenen als eiser eactief en volledig medewerking aan zijn uitzetting verleent. Dat als gevolg van eisers niet meewerkende opstelling de vreemdelingenbewaring langer duurt, komt voor rekening en risico van eiser.
7. Tot slot leidt ook ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. [6]
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 april 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.Dienst Terugkeer en Vertrek.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2210.
5.Laissez-passer.
6.Hof van Justitie van de Europese Unie 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.