ECLI:NL:RBDHA:2025:6845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, is sinds 3 maart 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 25 maart 2025 geoordeeld dat de maatregel tot die datum rechtmatig was, zodat de beoordeling zich richt op de periode daarna.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op zijn uitzetting naar Nigeria en dat een lichter middel passend zou zijn, omdat hij zich beschikbaar kan houden bij familie. De rechtbank oordeelt dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel dan in de eerdere uitspraak. Tevens is vastgesteld dat eiser niet actief meewerkt aan zijn uitzetting, wat de duur van de bewaring verklaart.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.