Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[verwerende partij] B.V.,
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
Uit onze whatsapp berichtjes blijkt dat we niet op deze manier kunnen doorgaan. (…) Al deze problemen zijn ontstaan door het ontslaan van onze werknemer zonder overleg en zonder het akkoord met ons. (…) Dit is gedaan door mevrouw [naam 4] (…). Zonder ons toestemming heeft mevrouw [naam 4] geen recht om werknemers die in dienst zijn bij Mateja Vof te ontslaan(…). Hier is sprake van arbeidsgezag tussen [verwerende partij] en de medewerker van Mateja Vof. Er is namelijk sprake van opdracht van overeenkomst tussen Mateja Vof en [verwerende partij] (…)Op 19 augustus 2024 is [naam 3] opnieuw verschenen op De Andel en is hij wederom weggestuurd. Lopende dit conflict heeft [verwerende partij] op 6 september 2024, aan Mateja laten weten dat [verzoekende partij] en [naam 1] niet meer welkom waren op De Andel en heeft zij Mateja uitgenodigd voor overleg over de voortzetting van hun relatie. Dit overleg heeft plaatsgevonden op 12 september 2024 en was niet vruchtbaar. Intussen werd het [verwerende partij] duidelijk dat Mateja haar personeel niet het salaris had betaald over de maand augustus 2024, ofschoon [verwerende partij] haar de op die maand betrekking hebbende factuur wel had voldaan. Op 16 september 2024 bleek verder dat Mateja niet langer geregistreerd was voor de WAADI. Hiermee was voor [verwerende partij] de maat vol. Zij heeft de overeenkomst met Metaja bij brief d.d.17 september 2024 per direct opgezegd. De stelling van [verzoekende partij] en [naam 1] , dat de overeenkomst van opdracht ten aanzien van hen heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst, betwist [verwerende partij] . Hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd komt voor zover nodig hierna aan de orde.