ECLI:NL:RBDHA:2025:6963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermwaardig familieleven
Eiser, een meerderjarige jongeman met de Jemenitische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als familielid. Zijn aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat geen sprake was van een beschermwaardig familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Eiser viel niet onder het jongvolwassenenbeleid en er waren geen bijkomende elementen van afhankelijkheid met zijn ouders of broers en zussen in Nederland.
Na eerdere procedures en een vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt dit oordeel en overweegt dat eiser, gelet op zijn leeftijd en zelfstandigheid tijdens zijn studie in Egypte, niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Ook is onvoldoende bewijs geleverd van financiële, emotionele of praktische afhankelijkheid van zijn ouders.
De rechtbank acht het feit dat eiser tijdelijk elders woonde vanwege studie geen reden om de gezinsband als verbroken te beschouwen. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat asielgerelateerde omstandigheden een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de mvv gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf gehandhaafd.