ECLI:NL:RVS:2023:218
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf jongvolwassene nareis
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 mei 2021 de aanvraag van een Iraanse jongvolwassene om een machtiging tot voorlopig verblijf af, omdat hij niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid en er geen meer dan normale emotionele banden met de referent bestonden. De rechtbank bevestigde deze afwijzing op 3 juni 2022. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de leeftijd van de vreemdeling als harde grens hanteerde en onvoldoende rekening hield met de overige vereisten van het jongvolwassenenbeleid. Tevens was het besluit ondeugdelijk gemotiveerd doordat de medische situatie en zorgbehoefte niet voldoende waren meegewogen. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris ten onrechte afzag van het horen van de vreemdeling over het bezwaar, terwijl dit bij een zaak met een rol voor artikel 8 EVRM Pro wel vereist is.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 november 2021, verklaarde het hoger beroep gegrond en beval de staatssecretaris tot een nieuwe beoordeling van het bezwaar met inachtneming van de hoorplicht, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van de hoorplicht.