ECLI:NL:RBDHA:2025:6979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiser, houder van een verblijfsvergunning regulier voor niet-tijdelijke humanitaire gronden, kreeg bij besluit van 26 januari 2023 zijn vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 10 november 2021. Eiser maakte bezwaar op 4 september 2023, ruim na de wettelijke termijn van vier weken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit rechtsgeldig is verzonden naar het laatst bekende adres van eiser, conform de wettelijke voorschriften en vaste jurisprudentie. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij het besluit niet heeft ontvangen of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De problemen bij adreswijziging en persoonlijke omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en komt de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de intrekking van de verblijfsvergunning. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.