ECLI:NL:RBDHA:2025:7
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling nationaliteit bij inwilliging asielaanvraag
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend en de minister heeft deze ingewilligd door hem een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Eiser betwist echter de vaststelling van zijn nationaliteit als 'onbekend' en stelt dat hij staatloos is. Hij meent dat de minister de relevante documenten van UNRWA ten onrechte niet heeft betrokken bij de besluitvorming.
De minister stelt dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, omdat de asielprocedure niet de juiste weg is om staatloosheid vast te stellen en eiser reeds de gevraagde bescherming heeft ontvangen. De rechtbank bevestigt dit standpunt en verwijst naar vaste rechtspraak en de Werkinstructie 2023/10, waarin is bepaald dat de minister niet verplicht is staatloosheid vast te stellen tenzij dit noodzakelijk is voor de beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de asielprocedure en het beroep tegen de inwilliging van de asielaanvraag niet bedoeld zijn voor de vaststelling van staatloosheid. Eiser kan een civiel verzoek indienen bij de rechtbank Den Haag om zijn staatloosheid vast te stellen. Daarom ontbreekt het aan procesbelang en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gaat niet inhoudelijk op de zaak in en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.