ECLI:NL:RBDHA:2025:7060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Palestijnse asielzoeker geboren in 2004, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 11 februari 2025 niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure bleek dat eiser na zijn vrijlating uit de Penitentiaire Inrichting op 1 maart 2025 niet meer is verschenen bij de minister of zijn opvanglocatie en met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.
De rechtbank heeft onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit navraag bij de gemachtigde bleek dat er sinds het vertrek van eiser geen contact meer is geweest tussen eiser en zijn gemachtigde. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:2662) heeft een vreemdeling die MOB vertrekt alleen procesbelang indien er nog recent contact is met de gemachtigde over de procedure.
Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en zijn verblijfplaats onbekend is, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.