ECLI:NL:RBDHA:2025:7060

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
NL25.7808
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming

Eiser, een Palestijnse asielzoeker geboren in 2004, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 11 februari 2025 niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure bleek dat eiser na zijn vrijlating uit de Penitentiaire Inrichting op 1 maart 2025 niet meer is verschenen bij de minister of zijn opvanglocatie en met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.

De rechtbank heeft onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit navraag bij de gemachtigde bleek dat er sinds het vertrek van eiser geen contact meer is geweest tussen eiser en zijn gemachtigde. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:2662) heeft een vreemdeling die MOB vertrekt alleen procesbelang indien er nog recent contact is met de gemachtigde over de procedure.

Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en zijn verblijfplaats onbekend is, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.7808
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt de Palestijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2004.
Bij besluit van 11 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De rechtbank beantwoordt allereerst de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Uit het dossier blijkt dat eiser zich na zijn vrijlating uit de Penitentiaire Inrichting (PI) op 1 maart 2025 niet meer heeft gemeld bij de minister of zijn opvanglocatie.
2. De griffier van de rechtbank heeft aan de gemachtigde van eiser om inlichtingen gevraagd over de verblijfplaats van eiser en of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser over het verdere verloop van de procedure. Uit die inlichtingen volgt dat gemachtigde en eiser geen contact meer met elkaar hebben gehad nadat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken na de vrijlating uit de PI op 1 maart 2025.
3. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662) volgt dat een vreemdeling die MOB vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, procesbelang heeft als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat er nog contact wordt onderhouden met de vreemdeling over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. De rechtbank stelt vast dat uit de inlichtingen van de gemachtigde blijkt dat eiser na de MOB-melding geen contact meer heeft gehad met zijn gemachtigde. Nu eiser geen contact heeft met zijn gemachtigde over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt, valt niet in te zien dat eiser een rechtens te beschermen belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
5. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2025 door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
08 april 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: