ECLI:NL:RBDHA:2025:7107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing faciliterend visum wegens schending hoorplicht
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende meerderjarige, verzocht om een faciliterend visum op grond van artikel 20 VWEU Pro om bij zijn Nederlandse familie te verblijven. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond zonder hoorzitting, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiser en zijn referente, omdat de hoorplicht in vreemdelingenzaken strikt is en de omstandigheden van het geval, waaronder het bijeenhouden van een gezin, een hoorzitting vereisen. Het gebruik van een standaardformulier voor kort verblijf visumaanvragen maakte de motivering onduidelijk, waardoor eiser niet goed kon onderbouwen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:3 Awb Pro en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen waarbij een hoorzitting wordt gehouden en de verklaringen worden betrokken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht; verweerder moet binnen tien weken een nieuwe beslissing nemen met hoorzitting.