Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 23 november 2023. De minister had de beslistermijn van zes maanden met negen maanden verlengd, maar heeft vervolgens niet binnen deze verlengde termijn een besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
De rechtbank verwijst naar het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat inhoudt dat de minister binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Om naleving af te dwingen, legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.