ECLI:NL:RBDHA:2025:7251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang na uitzetting
Eiser heeft een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de minister niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure informeerde de minister de rechtbank dat eiser op 3 april 2025 naar Tunesië is uitgezet.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. De gemachtigde van eiser gaf aan dat eiser nog belang had vanwege zijn vrees en dat contact via een broer mogelijk zou zijn, maar er was geen bewijs van daadwerkelijk contact na uitzetting. De rechtbank oordeelde, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat het ontbreken van daadwerkelijk contact betekent dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier J.A. Hessels en is openbaar gemaakt op 29 april 2025.
Uitkomst: Het beroep op de opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na uitzetting.