Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden heeft beslist op zijn asielaanvraag van 20 november 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd, maar ook deze verlenging is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn het '8+8 wekenmodel' geldt, wat betekent dat de minister binnen zestien weken na het bekendmaken van deze uitspraak een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma en is zonder zitting genomen. Eiser krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de opgelegde termijn te beslissen.