Eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden had beslist op hun asielaanvragen van 4 december 2023. De minister had deze termijn met negen maanden verlengd, maar daarna niet alsnog binnen een redelijke termijn beslist.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en verklaart de beroepen ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank verwijst naar het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat een termijn van zestien weken voorschrijft waarbinnen de minister alsnog moet beslissen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van €453,50, gelet op samenhangende zaken en nagenoeg identieke werkzaamheden van de gemachtigde.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt zonder zitting. Eisers krijgen hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen op de asielaanvragen.