Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 12 december 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd, maar deze termijn was inmiddels verstreken zonder dat een besluit was genomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de minister binnen een termijn van zestien weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het zogenaamde '8+8 wekenmodel'.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen indien hij het niet eens is met deze beslissing.