Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
6 december 2022 heeft de minister Italië verzocht eiser op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening over te nemen. Italië is met ingang van 7 februari 2023 voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser verantwoordelijk geworden. Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening, dient de minister eiser uiterlijk binnen zes maanden over te dragen aan de Italiaanse autoriteiten. Eiser had uiterlijk op 7 augustus 2023 aan de Italiaanse autoriteiten moeten worden overgedragen. Uit het dossier blijkt dat eiser niet tijdig is overgedragen. De rechtbank stelt vast dat de minister per 8 augustus 2023 verantwoordelijk is geworden voor de asielaanvraag van eiser.
8 augustus 2023 verantwoordelijk geworden voor de asielaanvraag van eiser.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.