Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 11 oktober 2023 ontvangen, waarna de minister de beslistermijn met negen maanden verlengde. Eiseres stelde de minister na het verstrijken van deze termijn in gebreke en diende vervolgens beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op volgens het 8+8-wekenmodel: binnen acht weken na verzending van de uitspraak moet de minister een nader gehoor afnemen over de asielmotieven van eiseres, en binnen acht weken daarna het besluit bekendmaken.
Daarnaast wordt aan de minister een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 453,50 vanwege de inschakeling van juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier N.B. Yalcinkaya op 24 april 2025. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.