Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 26 oktober 2023. De minister had de beslistermijn van zes maanden met negen maanden verlengd, maar deze termijn was inmiddels verstreken zonder dat een besluit was genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt zonder zitting. Het vonnis benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in asielzaken en de rechtsbescherming van de aanvrager.