Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 oktober 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gehanteerde '8+8 wekenmodel'.
Ter handhaving van deze termijn legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister te laat is, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt zonder zitting. Hiermee krijgt eiser zijn gelijk en wordt de minister verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen.