ECLI:NL:RBDHA:2025:7593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na eerdere beslissing
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat op 17 januari 2025 reeds een ander beroep en voorlopige voorziening waren ingediend door een andere gemachtigde van eiser. Op 11 april 2025 had de rechtbank in deze eerdere procedure uitspraak gedaan, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Gezien deze eerdere beslissing concludeerde de rechtbank dat het onderhavige beroep geen verandering meer kan brengen in de rechtspositie van eiser, waardoor procesbelang ontbreekt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het bestreden besluit blijft in stand.