Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [v-nummer],
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is op 27 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 11 februari 2025 tot 30 april 2025. Uit de vertrekgesprekken blijkt dat verweerder alert is geweest op het non-refoulement risico en dat er geen aanwijzingen zijn dat een actuele beoordeling van het terugkeerbesluit noodzakelijk is. Eiser heeft geen rechtsmiddelen tegen het terugkeerbesluit aangewend.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt door schriftelijk te rappelleren en vertrekgesprekken te voeren, ondanks het ontbreken van zicht op uitzetting. Er zijn geen aanwijzingen dat de maatregel onevenredig bezwarend is geworden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.