ECLI:NL:RVS:2023:2631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks niet-naleving inspanningsverplichting staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 4 mei 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 25 mei 2023 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde dat de staatssecretaris een inspanningsverplichting had om te voorkomen dat hij na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring zou worden gesteld, maar dat deze verplichting niet was nagekomen. De Afdeling erkende dat de rechtbank deze beroepsgrond niet had besproken, maar oordeelde dat deze grond toch faalt.
De staatssecretaris had erkend dat er geen melding was gedaan aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) tijdens de strafrechtelijke detentie van de vreemdeling. Desondanks woog de Afdeling de belangen af en concludeerde dat de belangen van de staatssecretaris zwaarder wegen dan het gebrek. Dit vanwege het feit dat de vreemdeling meerdere malen met onbekende bestemming was vertrokken, niet meewerkte aan zijn uitzetting, en onjuiste gegevens had verstrekt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank, met een verbetering van de motivering. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.