ECLI:NL:RVS:2022:2137
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens ontbreken lichter middel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling uit Marokko op 19 april 2022 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het risico op ontduiking van toezicht. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep indiende, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat dat in bewaringszaken niet mogelijk is. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet had gemotiveerd waarom geen lichter middel kon worden toegepast. De Raad stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende onderbouwde waarom een lichter middel effectief zou zijn geweest, mede gelet op eerdere frustraties van uitzetting.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling over het ontbreken van zicht op uitzetting en onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.