ECLI:NL:RBDHA:2025:7951
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag verzorgde stiefmoeder minderjarige EU-burger
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument als verzorgde stiefmoeder van haar minderjarige Nederlandse stiefzoon. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van het Chavez-Vilchez arrest en er geen uitzonderlijke situatie was zoals bedoeld in het arrest K.A. Ook ontbraken hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar stiefzoon in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete en objectieve bewijzen had geleverd waaruit blijkt dat zij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht die verder gaan dan marginaal karakter. De stiefzoon woont vrijwel altijd bij zijn moeder, die de primaire zorg draagt. De belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro wees uit dat het Nederlandse restrictieve toelatingsbeleid zwaarder woog dan de belangen van eiseres, mede omdat zij niet had aangetoond dat zij het gezinsleven niet in Marokko kan voortzetten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af als niet-ontvankelijk. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter E.K.S. Mollen op 15 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.