Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Somalische alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende op 6 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Roemenië. Dit bleek uit Eurodac-gegevens en bevestiging van de Roemeense autoriteiten.
Eiseres voerde aan dat de informatie uit Eurodac en de brief van Roemenië niet betrouwbaar was en dat zij vanwege haar kwetsbare positie en eerdere gevangenschap door een mensensmokkelaar niet veilig terug kon keren. Zij verwees naar het Informatiebericht 2021/56 en het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 22 februari 2022.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar beroepsgronden over de verblijfsstatus en afgeleide asielstatus ter zitting had laten vallen. De Roemeense autoriteiten bevestigden bereidheid tot terugname. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat voorzieningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Roemenië aanwezig zijn. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer tot ernstige risico’s leidt.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag terecht. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.