Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 8 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op het feit dat eiser in het bezit was van een geldig visum afgegeven door Frankrijk.
Eiser voerde aan dat het visum was verlopen en dat de IND het begrip 'verlopen' te strikt hanteert. Tevens stelde hij dat het claimverzoek onvolledig was omdat familiebanden in Nederland niet waren vermeld en dat verweerder in strijd had gehandeld met het EVRM en de Dublinverordening door onvoldoende zorgvuldigheid en motivering.
De rechtbank oordeelde dat het visum geldig was tot 23 februari 2024 en dat op de datum van de asielaanvraag nog geen zes maanden waren verstreken, waardoor Frankrijk terecht verantwoordelijk is. Het claimverzoek was volledig en de persoonlijke omstandigheden van eiser deden niet af aan deze verantwoordelijkheid. Daarnaast was er geen sprake van schending van het EVRM, het evenredigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel of de zorgvuldigheidsplicht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.