ECLI:NL:RBDHA:2025:8397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding vreemdeling
Eiser was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, opgelegd op 14 februari 2025. De rechtbank had eerder het eerste beroep op 3 maart 2025 beoordeeld en de maatregel was toen rechtmatig. De minister heeft de maatregel op 26 maart 2025 opgeheven.
Eiser stelde dat de minister de grondslag van de maatregel na afwijzing van zijn asielaanvraag op 16 maart 2025 uiterlijk op 25 maart 2025 had moeten wijzigen, en dat dit pas op 26 maart 2025 gebeurde, waardoor hij onrechtmatig in bewaring zou zijn geweest. De rechtbank oordeelde dat eiser rechtmatig verblijf had gedurende de beroepstermijn en dat de minister niet eerder verplicht was de grondslag te wijzigen. De termijn om beroep in te stellen liep tot en met 24 maart 2025, waarna de minister binnen 48 uur de grondslag moest aanpassen.
De minister heeft de grondslag op 26 maart 2025 gewijzigd, waarmee aan deze termijn werd voldaan. De rechtbank vond geen aanleiding om ambtshalve tot een ander oordeel te komen en concludeerde dat de maatregel rechtmatig was verlengd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.