ECLI:NL:RBDHA:2025:8606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder geen inhoudelijke behandeling heeft verricht. Daarom legt de rechtbank op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van €100 per dag verbeurt bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €184 aan eisers.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier S.A. Sewratan op 12 mei 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.