ECLI:NL:RBDHA:2025:8888
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet tijdig besluit vreemdelingenmachtiging en legt nieuwe beslistermijn op
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder nog niet naar de aanvraag heeft gekeken. Daarom legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €187 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier E.C. Jacobs op 20 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en een nieuwe beslistermijn met dwangsommen opgelegd.