ECLI:NL:RBDHA:2025:8890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 19 april 2024, terwijl de minister uiterlijk op 18 oktober 2024 had moeten beslissen. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 5 november 2024 en het verstrijken van de beslistermijn zonder besluit, werd het beroep op 14 februari 2025 ingesteld en door de rechtbank als tijdig en gegrond beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
De rechtbank stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt hem tot betaling hiervan aan eiseres. Daarnaast worden de proceskosten van €453,50 aan eiseres toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel op 20 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met dwangsommen en proceskosten opgelegd.